La Maratona

“Tring… tring…”, de wekker gaat. Het is zondag 10 juli 2011, 5 uur ’s ochtends. Ik word wakker in een appartement in La Villa, een klein dorp in de regio Alta Badia in de Noordelijke Dolomieten. Zes dagen eerder arriveerde ik hier met vijf fietsmaten om ons voor te bereiden op de jubileumeditie van Europa’s mooiste cyclo-event: de Maratona dles Dolomites. Voor de 25e maal zullen ruim 9000 deelnemers uit meer dan 40 landen deelnemen aan deze zware beproeving. 

De spanning is voelbaar in onze residence. Snel nog even onder de douche en dan het ontbijt. Tsja, wat neem je ’s ochtends als ontbijt wanneer je weet dat je vandaag vet veel calorieën gaat verbranden? Friso duwt een kleffe apfelstrudel in zijn mik. Niet eentje, hoppa, een tweede erbij. Jos zweert bij een rijstepapontbijtje. Paul, Willem en ik gaan voor muesli met yoghurt. Vic smeert nog wat broodjes. De fietsen zijn gisteren al getuned. Kettingen schoon, het zand uit de derailleurs gehaald, remblokken gechecked, tegen de 8 bar in de banden gepompt, bidons gevuld: we zijn er klaar voor! 

Om 6 uur rollen we naar het Pinarellostartvak. Het is nog fris buiten. Iedereen heeft zijn windjackje aan. Ik heb die van mij maar achterin mijn shirt gestasht. De zon zal zich over niet al te lange tijd immers gaan tonen en ik wil op de eerste col het niet warm krijgen met zo’n jackje aan. In het startvak naait de speaker de boel maar eens flink op. De helikopter van Rai Tre vliegt enkele malen over ons heen voor leuke beelden in de Italiaanse huiskamers waar de race live te volgen zal zijn. 

Het startschot klinkt en de rappe jongens vooraan in het eerste startvak vertrekken. Het is een jachtige bedoeling. Na een kwartier passeren we de startboog en begint voor ons ook de tijdregistratie. Voorzichtig slalommen we ons een weg naar voren. Het is stampensvol met renners op de eerste col, de Campolongopass. In enkele haarspeldbochten dient zelfs geremd te worden om niet op je bek te gaan. Een echt lekker klimritme zit er hier nog niet in, maar dat komt wel op de tweede col, de Pordoi. Vlak voordat we aan de voet van deze col arriveren hoor ik in het laatste rechte stuk van de eerste afdaling een enorme knal. PANG! Een renner die zo’n tien meter voor me rijdt heeft een klapband. Zijn fiets schiet van hem weg en ik zie hem doorschuiven over het asfalt. Au! Volle bak knijp ik in mijn remmen en kan met een plotse stuurmanoeuvre nog net de losgeschoten fietscomputer en bidon van zijn fiets ontwijken. Wow, de schrik zit er toch wel een beetje in nu. Onderuitgaan met bijna 70km/u is bepaald geen kattenpis. 

Op de Pordoi kom ik Paul tegen en vertel hem wat ik een paar minuten eerder zag gebeuren in de afzink van de Campolongo. Paul is gefocust en probeert onverstoord een goed klimritme te vinden op deze col met geleidelijk stijgingspercentage. Op de top van de Pordoi heb ik een klein gaatje op Paul en Vic. Ik neem een energybar en lurk een aantal maal aan mijn bidon die gevuld is met enorm zoete iso-meuk. Het gaat best lekker eigenlijk. De volgende col, de Sella is wat steiler, maar ook minder lang. Op de vierde col van de dag zie ik ineens renners om me heen in hun achterzakjes graaien naar hun gsm. Klik, klik, flits, flits. Ze nemen foto’s. Ik kijk rechts van me en snap ineens waarom. Want wie fietst daar? Paolo Bettini, de enige echte! tweevoudig wereldkampioen op de weg bij de profs. Wauw, te gek! Hij peddelt rustig omhoog samen met vriend Alex Zanardi, oud formule1-coureur die in een horrorcrash ooit beide benen verloor. Zanardi doet mee als wheeler en komt op handkracht boven: wat een respect voor deze man! 

Na de afdaling van de Gardena passeer ik voor de tweede maal het dorpje Corvara. Een folkloristisch bandje speelt muziek, mensen klappen en juichen ons toe: je waant je haast een profrenner in de ronde van Lombardije. De renners die het Sellarondje van 55km doen zijn nu klaar. Voor mij is dit geen optie: doorrammen nu voor de volledige afstand van 138km: er wachten nog drie zware cols. De voorlaatste is de Passo di Giau, veruit de zwaarste van alle cols met een lengte van bijna 10km en een gemiddeld stijgingspercentage van 9,3%. Na 87km koers doemt ie op. Over een bruggetje heen, direct linksaf en meteen hoor ik overal geklik en geratel. Iedereen schakelt terug naar zijn lichtste verzet. De Giau dwingt respect af: wat een klim! Twee jaar geleden toen ik de Maratona voor het eerst reed, deed ik ‘m in net iets meer dan een uur. Nu is het meer harken omhoog met een duidelijk minder soepele pedaaltred. Op de top van de Giau stop ik voor de fouragering. Ik klok in no-time drie bekers cola weg en prop wat chocolade in mijn hongerige bek. Al die reepjes onderweg en mierzoete gelletjes beginnen te vervelen. Mijn maag vraagt nu echt om wat anders. 

Hoppa, de afzink van de Giau in. Nog één klim te gaan: de Valporola. Nog 12 kilometer klimmen. Echt van harte gaat het nu niet meer. De Giau heeft de meeste energie uit mijn lichaam weggezogen. Maar op karakter rijd ik nog aardig wat renners voorbij op de laatste col. Vanaf de top van de Valporola naar de finish is het één grote racebaan. Kop over kop wordt er hier gekoerst. Het laatste stukje van een kilometertje of vijf naar de finish in Corvara gaat dan weer vals plat omhoog. Ik zit tegen de krampgrens aan, maar pers het laatste beetje power uit mijn inmiddels vermoeide benen. Ik ruik de stal. In volle vaart snijd ik de laatste bocht voor de finish aan en trek op het laatste rechte stuk nog een ferme sprint naar de meet. Ik zet mezelf recht op de fiets, steek mijn handen in de lucht en passeer de streep alsof ik Mark Cavendish ben en de rest het nakijken geef in een massasprint. In werkelijkheid finish ik als 1961e na 7 uur en 7 minuten koers. Exact een kwartier minder snel gereden dan in 2009 en mijn eerste plek van toen ingeleverd aan Vic. Toch ben ik gezien het mindere aantal trainingskilometers meer dan tevreden. 

Bij de finish zie ik Vic en Paul die enkele minuten voor me gefinished zijn. Niet lang daarna komen ook Willem, Jos en Friso binnen. We gaan naar het Ice-stadium en genieten van een bord pasta, een broodje worst en een grote pint. Het zit er weer op, de Maratona! Wat een prachtkoers!

Advertenties
Geplaatst in wielrennen | Tags: , , , , , , , , , , | 1 reactie

Decibellenterreur

Ik weet het: de discussie is niet nieuw. Maar nu ’s werelds bekendste tennistoernooi Wimbledon weer aan de gang is, worden we er weer dagelijks mee geconfronteerd: het gekreun op de tennisbanen! 

De meeste mensen vinden het ergerlijk. Ik ben één van hen. Wat een onnodig gekrijs allemaal. Pfff, het doet gewoon pijn aan de oortjes. Blij dat er een mute knop op de afstandsbediening zit. Hou eens op met die takke-herrie! Met name de dames maken het in het tenniswereldje erg bont. Er zijn tegenwoordig gewoon téveel speelsters die elkaar proberen af te troeven in de decibel-rankings. 

Begin jaren ’90 was het gekrijs tijdens tenniswedstrijden nog vrijwel afwezig, totdat Monica Seles haar intrede deed. Sindsdien is het geblèr aanzienlijk toegenomen. De onbetwiste Queen of Scream is natuurlijk Maria Sharapova. Ze mag dan soms oogstrelend tennis spelen, oorstrelend is het zeker niet!  Op het centre court van Wimbledon produceerde ze ooit 105 decibel. Dat is evenveel als een politiesirene, een klein landend vliegtuig of een overvliegende F16. Ongehoord! 

Oud-tennisprof Martina Navratilova heeft een jaar of twee geleden eens geroepen dat er paal en perk aan gesteld dient te worden aan het gekreun in het vrouwentennis. Volgens haar heeft het allang een onaanvaardbaar niveau bereikt en ze ziet het ook als spelvervalsing. Bij sommige speelsters slaat het gekreun zelfs over naar gegil als een speenvarken. Het levert vaak de hoon van tegenstandsters en publiek op. Mijns inziens terecht. Het argument wat kreunende tennissters vaak opvoeren is dat ze niet anders meer zouden kunnen, dat het onderdeel is van hun ademhaling enzo: wat een onzin zeg! De Wit-Russische kreundiva Viktoria Azarenka verweerde zich laatst nog door te zeggen dat gewichtheffers het ook doen en dat niemand daar klachten over heeft. Tsja, deze vergelijking gaat dan ook compleet mank. Het scheelt nogal een beetje of je een zwaar bankstel de trap op tilt of dat je een klapstoeltje mee omhoog draagt beste Viktoria! 

Een oplossing voor decibellenterreur heb ik helaas niet echt voorhanden. Moet je dan bijvoorbeeld zeggen dat het aantal decibels gerelateerd moet worden aan de balsnelheid? Dat wanneer er bij een uiterste krachtsinspanning een bal over het net geknuppeld wordt er wèl geluid getolereerd wordt, maar bij gekreun bij een slap balletje een strafpunt tegen? Lijkt me niet! 

Er zijn ook mensen die het echter fantastisch vinden al die decibellen van de tennisbabes. Zo is er een zekere Johan die in een televisieshow liet zien dat ie aan een geluidsfragment van gekreun genoeg had om de betreffende speelster daaraan te herkennen. Zelfs zijn ringtone op zijn mobiel geeft tennisgekreun weer. Wat een idioot! Johan, get a life!

Geplaatst in tennis | Tags: , , , | 1 reactie

Sprayday!

Het is nauwelijks voor te stellen. Op het moment dat ik dit stukje schrijf vallen de mussen zowat van het dak en tikt het kwik op vele plaatsen tegen de dertig graden Celsius aan. Op de stranden is het slalommen tussen de koelboxen door en de ijscoman op de hoek van de straat krijgt bijkans RSI van de hoeveelheid bolletjes die ie moet scheppen. Hoe anders was het 48 uur geleden… 

Afgelopen zaterdag dus, 25 juni 2011. Op de kop af 23 jaar eerder joeg Marco van Basten in het Olympiastadion in München de bal uit een vrijwel onmogelijke hoek ongenadig hard tegen de touwen in de EK-voetbalfinale tegen de Russen – ons land in een collectief orgasme achterlatend. Eergisteren waren we getuige van wederom een collectief orgasme. Helaas geen oranje climax van voetbalminnend Nederland dit keer. Nee, we maakten kennis met het orgasme van de weergoden Thor, Wodan, Zeus, Jupiter en nog wat van hun vriendjes en vriendinnetjes. Zij beleefden hun gezamenlijke hoogtepunt resulterend in onophoudelijke regenval. 

’s Ochtends sta ik samen met vijf fietsmaatjes vroeg op om deel te nemen aan de twintigste editie van Flexpoint Limburgs Mooiste: een toertocht voor wielerrecreanten in het Zuid-Limburgse heuvellandschap. De keuze welke fietskleding vandaag aan te doen is geen moeilijke. Arm- en beenstukken zijn duidelijk gewenst, evenals een regenjackje. Shit, ik ben mijn schoenhoezen vergeten: die liggen nog in Utrecht. Ach ja, dat wordt dan lekker soppen in de schoentjes stel ik vast. We rijden met zijn zessen weg bij de start en na amper vijftig meter en slechts een paar pedaalomwentelingen zie ik al een toerfietser in de berm een nieuw binnenbandje op zijn achterwiel leggen. Tsjonge, nù al lek gereden: dat belooft nog wat voor de rest van de dag. De eerste kilometers verlopen nat, maar okay. In de afdalingen is het toch wel wat frisjes merk ik en bedenk me dat alleen de remblokjes op mijn fiets het heuvelafwaarts lekker warm zullen hebben. Fietsmaat Jos ziet een renner in een foeilelijk shirt met daarop paarse, roze en blauwe fantoomfiguurtjes naast hem opdoemen. “Hey, heb jij vrijgezellendag vandaag?” vraagt Jos aan hem. De man in pipo-de-clown-outfit negeert de schijtlollige vraag en rijdt stoïcijns verder. Hij is aan het afzien en is blijkbaar niet de enige. De gezichten van de fietsers om ons heen zitten zonder enige uitzondering allemaal flink onder de prut: het is vandaag namelijk sprayday! Heerlijk fietsen in de natte straal bagger die van het achterwiel van je voorganger spat. 

Na zo’n tweederde van de koers voel ik in een bochtige afdaling dat mijn achterwiel niet meer lekker loopt. Ik stop, stap af en kijk wat de schade is. Wow, op drie plekken is de buitenband zo poreus dat de binnenband er doorheen dreigt te komen en er heuse chicanes op mijn wiel gevormd zijn. Het kan nu niet lang meer duren voordat ik een klapband krijg. Ik kijk op mijn teller. Nog zo’n twee kilometer tot aan het volgende bevoorradingspunt in Gulpen. Gelukkig zit hier ook een fietszaak. Daar veilig aangekomen moet ik eerst wachten op tientallen verkleumde renners die in de rij staan voor nieuwe remblokjes, binnenbandjes of regenjackjes. Ik koop zowat de laatste buitenband die nog voorradig is. Knaloranje is ie! Het vloekt enorm bij de kleuren van mijn frame. Wat kan mij het bommen? Ik wil finishen, dus we leggen ‘m er op! Goedgemutst peddelen we verder voor het laatste deel van de koers. Inmiddels kan ik geen reep of banaan meer tot me nemen: mijn maag protesteert hevig. Ik spoel mijn laatste Liga fruitkick met een mierzoet Isodrankje voorbij mijn huig en verlang hevig naar de finish. 

Na 165 zeiknatte kilometers, totaal versleten remblokken en zes lekke banden verder komen we gezamenlijk aan de finish. Moe en voldaan. Het biertje dat de Limburgs Mooiste meiden ons daar op de meet aanbieden glijdt door de keel in minder dan drie tellen. Heerlijk! Sprayday is voorbij!

Geplaatst in wielrennen | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

New balls please!

Afgelopen maandag is het meest prestigieuze tennistoernooi van het jaar weer begonnen: Wimbledon. Het is alom bekend dat dit grandslamtoernooi op de ondergrond gras wordt gespeeld. “Gras is voor koeien” zei Paul Haarhuis ooit. Ik ben het volledig met hem eens. Tennissen op gras ziet er niet uit en is minder spectaculair dan op hardcourt of op gravel. Gras heeft bovendien het nadeel dat de bal niet hoog opstuit. Ook slijten grasbanen snel. Na amper een jaar kun je een grasbaan alweer vervangen en vaak zijn ze al eerder onbespeelbaar geworden. 

De combinatie gras en regen maakt het allemaal nog een tikje erger zelfs. Gras is erg gevoelig voor regen. Bij vochtigheid worden de tennisballen zwaarder en schieten ze sneller door. De baan kan spekglad worden wanneer de regengoden alles naar beneden laten vallen. En laat Wimbledon nu juist zo’n toernooi zijn dat bekend staat om de vele onderbrekingen van partijen als gevolg van regenbuien. Ook in de huidige editie van 2011 –die amper drie dagen oud is- is het alweer een aantal keer voorgekomen dat het plastic zeil in allerijl over de baan heen getrokken werd. Nu al jammer dus voor de gokkers die het hebben aangedurfd om hun Britse ponden in te zetten op een volledig droge editie dit jaar. Wimbledon 2011 zonder ook maar één regenpauze had je dit jaar het veertienvoudige van je inleg opgeleverd. 

Over een gokje wagen gesproken: kennelijk hebben de ‘bookies’ dit jaar ook een flink vertrouwen in de beveiligingsmensen die op Wimbledon werkzaam zijn. De notering voor het opduiken van een streaker bij een van de vele tenniswedstrijden staat op 12:1. Misschien wel handig om nog snel even een belletje te richten aan Sander Lantinga dus? Deze presentator van het BNN-programma Try Before You Die presteerde het immers vijf jaar geleden om tijdens de kwartfinalewedstrijd tussen het Russische kreunwonder Sharapova en haar landgenote Dementieva poedeltje naakt het centre court te betreden. Op dat moment produceerde Sharapova geheel tegen de verwachting in eventjes geen oorverdovende decibellen meer, maar keek ze stil en beschaamd weg toen Sander een poging ondernam tot een radslag op het heilige gras van Wimbledon. Een strakke actie was het wel van Sander. En moedig ook: geheel ontbloot in miljoenen huishoudens te zien wereldwijd. 

De Hertogin van Kent verslikte zich bijna in haar bakje aardbeien met slagroom toen ze dit tafereel moest aanschouwen. Een radslag in plaats van het befaamde knikje naar de koninklijke lounge. En dan ook nog eens in adamskostuum in plaats van in “all white”. Foei Sander! Maar goed: een BNN-presentator is dan ook geen tennisspeler. En een tennisspeler is geen koe. Maar een koe hoort wel op gras thuis… 

Inderdaad, Paul Haarhuis heeft gewoon gelijk!

Geplaatst in tennis | Tags: , , , , | 1 reactie

Co is terug!

En daar is ie dan! Terug van weggeweest. De opvolger van de naar Saudi-Arabië vertrekkende Michel Preudhomme is bekend: de nieuwe coach van FC Twente luistert naar de naam Co Adriaanse. In Nederland was Co een tijdje uit beeld geraakt: het is inmiddels dan ook al zes volledige voetbaljaargangen geleden dat Co voor het laatst werkte in de Eredivisie. 

Maar nu gaan we hem de komende voetbaljaargang weer veelvuldig horen en zien! Blij toe, want met Co komt er een markant figuur terug in onze hoogste nationale voetbalklasse. Een vakman pur sang. Zijn bijnaam de Colonel heeft Co verdiend doordat hij –ondanks vaak beperkte middelen- in staat bleek goede resultaten te behalen met attractief en gedisciplineerd spel. 

Co viel echter niet alleen op door de manier waarop hij zijn teams liet spelen. Nee, Co is tevens de man van gepeperde uitspraken en Co introduceerde nieuwe voetbaltermen. De bekendste zijn: “woonerfvoetbal”, “avondvoetballer”, “scorebordjournalistiek” en “kaaskijkers”. Die laatste dateert nog uit de tijd dat Co coach was bij AZ. Co lichtte het woord kaaskijkers destijds alsvolgt toe: ‘AZ heeft een beschaafd, nuchter publiek. Het is altijd vrij stil in de Alkmaarderhout. Voor mij soms te stil. Zoals de supporters van Alemannia Aachen te keer kunnen gaan, dat kennen wij niet. Een tijd geleden liet ik me ontvallen dat in Alkmaar vooral kaaskijkers op de tribune zitten. Je weet wel, van die ingetogen ambachtslieden die emotieloos kijken naar het rijpen van kazen. Dat had ik beter niet kunnen zeggen: iedereen beledigd. In de wedstrijd tegen Villareal hebben de supporters de spelers wél echt aangemoedigd. Ik moet nu dus weer iets anders dan “kaaskijkers” gaan bedenken om de tribunecultuur van de club goed te typeren – ik ben nog zoekende.’ 

Juist dit soort uitspraken maken Co befaamd en hij wist de aandacht van de vaderlandse pers volledig op zich gericht. Co geniet van die aandacht, hetgeen hij zelf maar al te graag toegeeft. Ook zijn straffen –Co spreekt zelf liever van sancties- hebben hem bepaald geen windeieren gelegd in medialand. Of moet ik zeggen: paaseieren? Het bruggetje is immers snel gemaakt. Co liet de spelers van AZ na een slechte wedstrijd ooit een uur lang paaseieren zoeken. Naar later bleek had Co helemaal geen paaseieren verstopt. Zijn wreedste straf deelde Co uit bij Willem II. Na een met 6-1 verloren oefenduel met AA Gent liet Co zijn spelers de autosleutels inleveren en gaf ze de opdracht om 26 kilometer terug te lopen naar Tilburg. 

Mooi dus dat Co terug is! Voor een club als FC Twente lijkt Co me een uitermate geschikte coach. Een tweede landstitel op het palmares van de club is voor FC Twente komend seizoen absoluut geen appeltje-eitje, maar wellicht blijkt het binnenhalen van Co als eindverantwoordelijke van het eerste elftal aan het eind van de komende voetbaljaargang dan toch wel het ei van Columbus?

Geplaatst in voetbal | Tags: , , , , | 3 reacties