Genieten van de Haka!

Vandaag (9 september 2011) begint een van de grootste sportevenementen ter wereld: het wereldkampioenschap Rugby. Het is pas de zevende editie van het WK en het zal tot 23 oktober worden gehouden in Nieuw-Zeeland. Er zal door twintig landen worden gestreden om de Webb Ellis Cup in 48 wedstrijden verspreid over 44 dagen.

De openingswedstrijd wordt uiteraard gespeeld door het gastland, bijgenaamd de All Blacks, omdat ze altijd met een geheel zwart tenue spelen. Zij ontvangen Tonga. Tonga is ongeveer zo groot als de provincie Utrecht, maar doet wel mee aan het WK. Nieuw-Zeeland was al medeorganisator van het succesvolle eerste wereldkampioenschap rugby, in 1987. Rugby is de nationale sport van Nieuw-Zeeland en het nationale team wordt door velen gezien als het beste rugbyteam ter wereld. Dit is vooral gebaseerd op het feit dat Nieuw-Zeeland tegen elk land vaker won dan verloor. Desondanks hebben ze het WK maar één keer kunnen winnen, in 1987. Voor elke wedstrijd voeren de rugbyspelers van Nieuw-Zeeland een dans uit. Dit is een traditionele dans uit de Maori-cultuur en wordt de Haka genoemd. Prachtig staaltje van jezelf even flink oppeppen voor de wedstrijd!

Aan het wereldkampioenschap rugby doen twintig landen mee. Deze worden verdeeld over
vier groepen van elk vijf landen. De groepswinnaars en de nummers twee van elke groep gaan door naar de knock-outfase. Gastland Nieuw-Zeeland is automatisch geplaatst. Hiernaast mogen de drie beste landen van elke groep van het vorige WK in 2007 meedoen, wat neerkomt op twaalf landen. Voor de overige acht plaatsen werd er een kwalificatietoernooi gespeeld. Titelverdediger is Zuid-Afrika. Nog nooit is het overigens een titelhouder gelukt om de wereldtitel te prolongeren.

Wie zijn de grote kanshebbers? 

Naast de All Blacks zijn de grote kanshebbers toch ook wel Australië (The Wallabies), Zuid-Afrika (The Springboks), Engeland (The Red Roses) en Frankrijk (Les Blues). Op het WK vier jaar geleden haalde Argentinië (Los Pumas) de halve finale. Ook zij zijn een zeer sterk rugbyland. Verder kunnen de angelsaksische landen Wales (The Dragons), Schotland (The Thistles) en Ierland (samen met Namibië het enige deelnemende land zonder bijnaam) ook als outsiders gezien worden. In ieder geval zal in het zog van de 20 deelnemende teams de komende zes weken het WK rugby wereldwijd goed bekeken worden. Een week geleden waren er al meer dan 1,1 miljoen tickets de deur uit. De wedstrijdbeelden zullen in maar liefst 238 landen te zien zijn. En vanaf de kwartfinales zendt ook de NOS de wedstrijden uit.

En Nederland dan? Helaas: het Nederlandse Rugbyteam heeft zich nog nooit weten te
kwalificeren voor een WK tot dusver. In Nederland is het grote publiek ook niet echt bekend met deze mooie sport. Goed beschouwd is rugby eigenlijk ook wel een onbegrijpelijk tijdverdrijf. Twee teams van 15 man die binnen de regels elkaar zo hard mogelijk te lijf gaan, met een bal die niet rond is, en een doel met een lat waar je niet onderdoor maar overheen moet schieten of langs moet lopen. Bovendien mag je de bal niet vooruit gooien – terrein mag alleen worden gewonnen door met de bal te lopen of hem vooruit te trappen. Toch is het een geweldige sport om naar te kijken. Niet omdat de ontwrichte nekwervels, gescheurde organen en gemangelde ledematen door de lucht vliegen, maar omdat het snel, fair en tegelijk heerlijk hard is. En: schwalbes zul je niet zien op een rugbyveld, evenmin als aanstellers en zeurende verwende jochies. Bij voetbal zie je dat nog wel. Voetbal is uiteindelijk een spel voor jongens. En Rugby is duidelijk een sport. Voor mannen!

Advertenties
Geplaatst in rugby | Tags: , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Ik mis Hugo

Voetbalcommentator zijn is een vak. Waarom word ik toch keer op keer bevestigd in mijn stelling dat in Nederland niemand dit vak momenteel ook maar enigszins beheerst? Tegenwoordig heb je te maken met een blik grijze muizen die werkelijk waar iedere wedstrijd verpesten met hun oersaaie en degelijke commentaar. Jan Roelfs? Erg matig.
Philip Kooke? Die kan het maar beter bij hockey houden. Jeroen Grueter? Nooit grappig of spitsvondig. En dan hebben we nog namen als Arno Vermeulen, Ronald van der Geer, Jeroen Elshoff: allemaal nietszeggend gebrabbel! De meesten besteden eenvoudigweg te veel tijd aan niet kloppende feitjes. Zeg dan niks!

Twee commentators waaraan ik me best vaak erger, wil ik er hier even uitlichten. Laten
we beginnen met ‘feitenneuker’ Evert ten Napel. De beste man verbeeldt zich werkelijk
dat ie hoogleraar is in plaats van voetbalcommentator: wat een verschrikking! De ‘visitekaartjes’, ‘zondagsschoten’, ‘mokerslagen’ en ‘klasbakken’ vliegen je werkelijk waar om de oren wanneer je naar hem luistert. Deze wijsneus uit Klazienaveen gebruikt ook steevast uitdrukkingen als: “die dekselse…<naam van een willekeurige speler>”, “wat een fopduik”, “op de deklat” en het o zo bekende “goeie genade”. Zijn taalgebruik is bijzonder oubollig. De mooiste kritiek op zijn commentaar komt toch wel van deze man.

Nog ergerlijker dan ten Napel is toch wel Frank Snoeks. Snoeks lult altijd om de wedstrijd heen en lijkt wel emotieloos. Taalkundig gezien is ie bovendien een volstrekte malloot. Altijd in de weer met vellen papier met daarop leuke weetjes en vooraf bedachte uitdrukkingen genoteerd. Zomaar eentje: “Dit is een aanval die hoogzwanger is, maar de geboorte komt maar niet”. Hij is het cliché-mannetje onder de voetbalcommentatoren. Frank houdt zich staande op de apenrots die NOS heet, dankzij internet in het algemeen en Wikipedia in het bijzonder. Zelden voegt ie iets zinvols aan de wedstrijd toe. Hij heeft niets te melden, maar zijn mond houden kan hij simpelweg niet. Wanneer je het hebt over het koopgedrag van de moeders van de ballenjongens, dan spoor je mijns inziens echt niet. Je vraagt je soms af: zou hij thuis ook zo zijn? Dat moet bijna wel. Zaterdagochtend, Frank samen met zijn vrouw aan het ontbijt. Er ligt een cracker op haar bord. Ze reikt naar de pot pindakaas. Frank is voorbereid: “Pindakaas, met name in de Verenigde Staten een  populair broodbeleg. Rijk aan plantaardige vetten, vitamines B1 en B3. Ontwikkeld door John Harvey Kellogg in 1893, ten tijde van een overschot in de productie van pinda’s”. En wanneer zijn echtgenote geërgerd kiest voor de sandwichspread: “Ja, zo kan het natuurlijk
ook! Goeiedag, wat een binnenkomer!!”

Er zijn heel wat mensen die Frank Snoeks irritant vinden. Er zijn zelfs websites gestart als Franksnoekshoujemuil.nl en Franksnoeksmoetweg.nl. Op die laatste zag ik een reactie van iemand waarvan ik niet hoef uit te leggen uit welke plaats ie komt: “Tief alstjeblief
een tiefus ènd op met die babbelzieke Snoeks indâhdaad; Ut lèk wel een wèf met zèn geâhweihoeâh die gauzâh!”. Maar heus: het kan nog triester dan Frank Snoeks: In 2008 speelde Oranje een oefenwedstrijd. Deze wedstrijd werd uitgezonden door campingzender SBS6. En wat hadden ze daar bedacht? Natasha Froger als voetbalcommentator. “Van der Sar ziet er mooi uit in dat zwarte tenue van ‘m, kleed mooi af”. Neeeee hellup!, veel dieper kunnen we echt niet zinken!

Toegegeven: iedereen heeft zo zijn of haar voorkeur voor een commentator. En mijn visie is -net als die van anderen- uiteraard uiterst subjectief. Er is er echter eentje waarbij ik nostalgische gevoelens niet kan onderdrukken en die ik echt enorm mis de laatste jaren. De voetbalcommentator der voetbalcommentators: Hugo “Komt dat Scho-o-o-o-t” Walker. Uit zijn rijke lijst van uitspraken hieronder een door mij samengestelde top 10. Wanneer je ze leest, hoor je het ‘m gewoon zeggen. Geniet ervan 🙂 !

10. “Keepertje, keepertje, wat doe je nu?”

9. “Leuk werk hoor van die 30-jarige kopsterke spits… Eric Viscaal, daar hebt u ‘em!”

8. “Wippertjeuuuuuh….. Nee, passje binnendoor, zeer geraffineerd”

7. “En die grensrechter is een angsthaas… kijkt de hele tijd naar de scheidsrechter, voor
ie z’n vlag omhoog steekt… man durf nou eens een beslissing te nemen!”

6. “Gele kaart denk ik… of… of… ROOD. Ik was er al bang voor”

5. “Balletje breed lijkt mij de beste oplossing,… maar dit is natuurlijk ook niet slecht!”

4. “Goed schot, dito redding”

3. “Veld is vochtig,… bal glipt door… Ja, doelpunt natuurlijk!”

2. “Gaat zo’n bal erin is het een goal”

1. “Gaan we kijken of ie een linker heeft. Heeft ieeeeeeee!”

Geplaatst in voetbal | Tags: , , , , , , | 9 reacties

Nummer 13

Wat is dat toch met nummer 13? Het is wereldwijd algemeen bekend dat dit hét ongeluksgetal is. Puur gebaseerd op bijgeloof allemaal. Sommige hotels hebben geen kamer 13, sommige flatgebouwen hebben geen dertiende verdieping. In vliegtuigen ontbreekt vaak de dertiende rij stoelen. Eigenlijk best opmerkelijk allemaal wanneer je er even bij stilstaat. En ook in de sportwereld wordt het getal 13 als een paria beschouwd.

Zo wordt bijvoorbeeld in de autosport al jaren lang traditioneel geen startnummer 13 toegekend. En in het wielrennen wordt door renners heel vaak het rugnummer 13 bewust omgedraaid (zie foto). Het omdraaien van nummer 13 is door het bijgeloof overigens ook officieel toegestaan in de wielrennerij. En ja hoor, ik geef het grif toe: lange tijd ben ik meegegaan in het afkeuren van alles wat met het getal 13 te maken had. Zo wilde ik dan ook nooit met dat rugnummer voetballen. Niemand in ons voetbalteam wilde eigenlijk met die vervloekte 13 achter op zijn shirt ballen. Het zou immers ongeluk brengen. Nooit heb ik er echt bij stilgestaan waarom iedereen zo huiverig is wanneer het juist om dit nummer gaat. Wat is dat toch bedacht ik me? Angst voor onfortuinlijk zijn? Grotere kans op blessures? Ga je met 13 op de rug ineens geheid verliezen? Het woord ongeluksgetal telt ook nog eens 13 letters ving ik ooit ergens op. Uhm…ja klopt, so what?

Afgelopen jaar heb ik met mijn zaalvoetbalteam eens een keer bewust het shirt met nummer 13 een paar wedstrijden op rij gedragen. Eens kijken wat het verschil zou zijn met mijn vaste rugnummer 11. En jawel hoor: ook met dit specifiek niet populaire nummer op mijn shirt liep het gewoon goed. Sterker nog: ik scoorde flink wat goals in die reeks wedstrijden. Eigenlijk is het ook gewoon absolute quatsch, grote onzin dat het getal 13 je ongeluk zou kunnen brengen. Het omdraaien van het rugnummer door wielrenners vind ik dan wel weer een grappig verschijnsel.

Over ‘omdraaien’ gesproken: er zijn gelukkig ook sporters die ervan overtuigd zijn dat 13 juist een geluksgetal is. Zo wil de Duitse voetballer Michael Ballack ook altijd persé met nummer 13 spelen. Toen hij in 2006 als nieuwe aanwinst bij Chelsea arriveerde kreeg hij ruzie met de Fransman William Gallas die toen al vijf jaar rondliep met het shirt met rugnummer 13 en het felbegeerde ongeluksgetal niet aan hem af wilde staan. Nog zo’n voorbeeld: Canadees international Atiba Hutchinson was dolgelukkig dat hij het shirt met zijn ‘geluksnummer’ 13 kreeg toebedeeld toen hij bij PSV kwam voetballen. Edgar Davids keerde in 2007 terug bij Ajax met… juist ja: nummer 13.

Toch is het gros van de mensen (zowel binnen alsook buiten de sport) nog steeds argwanend ten opzichte van het getal 13. Er is maar één associatie die ik kan bedenken waarbij 13 een positief gevoel geeft in plaats van een angstig of ongelukkig gevoel: bij het uitkeren van een 13e maand 🙂 !

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De gele en rode kaart

Afgelopen weekend was het alweer 39 jaar geleden dat Willem van Hanegem de twijfelachtige eer had om als allereerste voetbalspeler een gele kaart in het betaalde voetbal te ontvangen. Gele en rode kaarten werden voor het eerst geïntroduceerd op het WK voetbal in 1970. Sindsdien hebben vele spelers de gele en rode prenten uit de borstzak van de scheidsrechters getrokken zien worden.

Een gele kaart heeft nog geen directe gevolgen. De bestrafte speler kan de wedstrijd gewoon voortzetten. Een kaart van deze kleur wordt vaak getoond wanneer een speler zich schuldig maakt aan onsportief gedrag. Dit kan bijvoorbeeld misleiding (een schwalbe) zijn of herhaaldelijk overtreden van de spelregels. Tijdrekken of het shirt uittrekken na een doelpunt leveren doorgaans ook ‘geel’ op. Wanneer de speler in dezelfde wedstrijd opnieuw een gele kaart krijgt, wordt dit omgezet in een rode kaart, en moet de speler het veld verlaten en wordt het verder meespelen hem ontzegd.

Niet alleen na twee gele kaarten, maar ook na een directe rode kaart dient een speler het veld te verlaten. Hij moet dan onmiddellijk vertrekken en mag verder niet meer aan het spel deelnemen. De speler mag niet vervangen worden; zijn team moet de wedstrijd voortzetten met een speler minder. De rode kaart wordt vaak uitgedeeld bij ernstig gemeen spel (bijvoorbeeld een smerige tackle) of bij een gewelddadige handeling als een elleboogstoot. Maar ook bij het bespuwen van een tegenstander of het gebruiken van grove, beledigende taal of scheldwoorden mag de betreffende speler meteen inrukken. Het ontnemen van een duidelijke scoringskans door hetzij een doorgebroken speler neer te halen, hetzij de bal met de hand te beroeren wanneer deze anders de doellijn gepasseerd zou zijn, levert ook direct ‘rood’ op. 

De snelste gele kaart ooit in de Eredivisie was –hoe kan het ook anders- voor Hans Kraay jr. Hij ontving hem al na 3 seconde spelen als speler van Dordrecht ’90 tegen Feyenoord in de Kuip. Het record van de meeste gele kaarten in de eredivisie staat op dit moment op naam van Patrick Pothuizen. Hij incasseerde op de laatste speeldag van het seizoen 2009-2010 zijn 84e gele prent. En wanneer je de beelden ziet waarin ie het getal 84 toont op zijn ondershirt was het een ‘bewustje’

Tenslotte hier nog wat leuke beelden van een speler die een gele kaart van de scheidsrechter afpakt en daardoor direct rood krijgt. En deze keeper van het Engelse Ebbsfleet United FC heeft de snelste rode kaart ooit op zijn naam staan: hij ontving hem al 14 seconde na de aftrap. En alsof dat nog niet genoeg is kun je ook rood krijgen wanneer je een streaker tackelt. Tsja…

Geplaatst in voetbal | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

het Korbach-effect

Afgelopen weekend las ik in het AD dat Fritz Korbach door de artsen is opgegeven. De kleurrijke ex-trainer van onder meer FC Twente, Heerenveen, De Graafschap en Heracles Almelo heeft te horen gekregen dat hij ‘nog enkele maanden’ te leven heeft. De effecten van keelkanker, in de vorm van uitzaaiingen, zijn volgens de behandelend artsen van het ziekenhuis in Leeuwarden niet meer te bestrijden. Opereren, bestralen of chemotherapie: niets helpt meer, kreeg Korbach te horen. “De boodschap viel me rauw op het dak”, zegt de 66-jarige ex-voetbaltrainer. “Juist omdat ik het gesprek met een goed gevoel was ingegaan. Maar het was foute boel, bleek al snel. Het is klaar, zei de arts. Ofwel: ik heb nog een paar maanden”.

Korbach is een markant figuur in de voetballerij. Hij werd in 1945 geboren in het Duitse Diez am Lahn als kind van een Nederlandse moeder en Duitse vader. Zijn vader was allesbehalve monogaam, waardoor kleine Fritz met zijn moeder op zijn zevende terugkeerde naar Nederland. Aanvankelijk ondervond hij zo vlak na de oorlog als Duitse jongen wat moeilijkheden om in Nederland op te groeien. Hij zei daar eens over: “We vestigden ons in Zeist, toen nog een tamelijk kleine arbeidersplaats. Er woonden maar vierduizend mensen in het dorp, dus iedereen wist wie ik was: het moffenjong. Ik sprak geen woord Nederlands, maar dat had ik vrij snel onder controle. Toen ik van de lagere school naar de middelbare ging, had ik geen last meer van de geschiedenis”. 

Korbach staat nog altijd te boek als een trainer die met onverwachte fratsen en verbazingwekkende trucs bij achttien clubs zowel voor successen als voor teleurstellingen zorgde. Hij promoveerde met maar liefst vijf clubs van de Eerste divisie naar de Eredivisie. In de voetbalwereld ontstond hierdoor al snel het begrip “Het Korbach-effect”. Het lukte hem namelijk om veel kwakkelende clubs weer overtuigend op de rails te krijgen en met deze clubs in kort tijdsbestek promotie af te dwingen. Maar hij is ook de man van de incidenten, schokkende uitspraken, voortijdige ontslagen, affaires met vrouwen en het overmatig gebruik van “papegaaiensoep”, oftewel alcohol. Romario typeerde hij ooit als “die koffieboon”, Simon Tahamata als “treinkaper” en over Jan Smit, de voorzitter van Heracles, zei hij ooit: “Ik heb hem wel eens op z’n kop gehangen, maar er kwam nog geen kwartje uit de binnenzak van dat Armani-pak rollen. Die man is zó zuinig, die huilt met één oog”. 

Korbach is een ruwe, soms lompe man met een klein hartje. Flamboyant en controversieel tegelijk. Korbach was van 1968 tot 2007 actief als betaald voetbaltrainer in Nederland. Hij zat in die periode liefst 929 competitiewedstrijden op de bank namens in totaal twaalf –Nederlandse- werkgevers. Voorlopig zal hij niet worden ingehaald waar het wedstrijden in het Nederlandse betaald voetbal betreft en kan zich daarmee met recht de meest ervaren coach van Nederland noemen. Wie aan Korbach denkt, ziet een sigaar voor zich, een zonnebril in het haar en nooit sokken aan. Over dat laatste zei hij ooit: “Ik draag nog steeds geen sokken. Niet in de zomer, niet in de winter. Ik weet niet hoe dat zo is gekomen, ik vind het gewoon prettig”. Bijna iedereen heeft een zwak voor Fritz Korbach, vindt hem vermakelijk of heeft medelijden met hem. Binnen nu en een paar maanden zullen we afscheid van hem gaan nemen. Tegen beter weten in nog hoop hebben op een onvervalst “Korbach-effect” lijkt vrij zinloos.

Toch zou Korbach zichzelf niet zijn, als hij niet toch nog een lichtpuntje zag. Strijdvaardig, en met zijn typische humor zegt hij: “Magere Hein is in mijn broekzak gekropen, maar ik ga proberen hem eruit te tillen en hem eigenhandig de nek om te draaien. Het is nu man tegen man. Ik heb voor mezelf afgesproken dat ik alles uit de kast haal om het noodlot af te wenden”. Hij zal onder meer bij andere artsen te rade gaan. “Proberen kan altijd. Er zijn wel grotere wonderen gebeurd. Wat dat betreft is het net de voetballerij. Ik sta met 2-0 achter, de uitgangspositie is beroerd, er is niet lang meer te spelen, maar misschien dat ik in blessuretijd nog een hattrick weet te scoren”.

Geplaatst in voetbal | Tags: , , , , , | 2 reacties

“Dromen zijn geen bedrog”

Vandaag is het precies 15 jaar geleden…
Op 4 augustus 1996 veroverden onze volleybaljongens de Olympische gouden plak door in het Omni Coliseum in Atlanta in een zinderende vijfsetter de Italianen te verslaan. In de allesbeslissende set van deze ongemeen spannende finale kreeg eerst Nederland een matchpoint, later Italië, maar op het tweede matchpoint van Nederland sloegen de Italianen na een smash van Ron Zwerver, de bal langs de verkeerde kant van de antenne over het net en zo werd Nederland Olympisch kampioen. Een droom werd werkelijkheid! 

Wat er aan vooraf ging 

Bijna tien jaar bloed, zweet en tranen. Dat was de opoffering voor het ultieme doel: goud op de Olympische Spelen. Het begon in december 1983 toen Arie Selinger, toen nog coach van het Amerikaanse vrouwenteam, voor een lezing naar een Amsterdams hotel kwam. De gehele gevestigde plus aankomende Nederlandse volleybalwereld was present en luisterde tot diep in de nacht naar een adembenemende visie over techniek, winnen en ambitie. Twee jaar later pas (november 1985) zette Selinger zijn krabbel onder een contract met de Nederlandse Volleybalbond om te beginnen aan een ambitieus plan: een medaille in 1992. Nog later, in mei 1987, is hij de grondlegger van het Bankrasmodel. Dit is de naam voor de revolutionaire aanpak waarbij de meest getalenteerde Nederlandse volleyballers zich volledig inzetten om het hoogst bereikbare in hun sport te bereiken. De nationale selectie speelt vanaf dan niet meer in de competitie, maar traint uitsluitend voor interlands. De naam is afgeleid van de Bankrashal, een sporthal in Amstelveen. Deze hal was thuishaven van Brother Martinus, één van de drijvende volleybalverenigingen in die tijd. De naam Bankrasmodel is tegenwoordig –ook buiten de sport- synoniem geworden voor het compromisloos streven naar een hoog doel.

Een jaar voordat het team afreist naar de Olympische Spelen van 1992 in Barcelona, zijn er mensen die afhaken van ‘Bankras’ en in het buitenland veel geld gaan verdienen. Het Bankrasmodel was ter ziele. De eerste die afhaakt is coach Selinger zelf, die naar Japan gaat om voor een bedrijfsteam te gaan werken. Wat later vertrekken ook enkele spelers naar Italië. Dit geeft een vertrouwensbreuk tussen de blijvers (waaronder Ron Zwerver) en de vertrekkers: de Bankras-afspraak is verbroken. Ron Zwerver blijft met de gedachte: na Barcelona verdien ik het grote geld toch wel. Uiteindelijk kiest de trainer in 1992 compromisloos voor de beste spelers, ook als die een afspraak gebroken hebben. In Barcelona verliest Nederland de finale van Brazilië. Meteen na dit verlies roept Selinger, die tijdelijk teruggekomen is, de spelers bij elkaar op het veld: “Dan winnen we toch goud in Atlanta”. De vier jaar voorbereiding daaropvolgend gaan niet bepaald van een leien dakje. Uiteindelijk wordt Joop Alberda coach en in 1996 worden de inspanningen alsnog beloond met een gouden medaille op de spelen in Atlanta.

Dolle taferelen deden zich na afloop van de volleybalkraker voor in het Omni Coliseum. Met spelers, die uitzinnig waren van vreugde. Ron Zwerver voorop, die in euforische stemming riep “Dromen zijn geen bedrog”, met een knipoog refererend aan de succesvolle hit van Marco Borsato die een jaar eerder maar liefst acht maanden in de Mega Top 50 stond…

Geplaatst in volleybal | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Black Monday

Vandaag is het de maandag na de Tour. Een leeg gevoel maakt zich van mij meester. Toen ik ’s ochtends wakker werd wist ik al dat er iets mis was. Eerst voelde het als een rustdag. Zo’n doordeweekse dag waarop je uit je ritme wordt gehaald. Maar toen ik uit bed stapte besefte ik dat dit veel erger was dan een rustdag. Deze rustdag gaat langer dan een etmaal duren. Dit is het zwarte gat. 

Hoppa, de TV nog maar eens aan. Zap zap zap… nergens nog een schimp van de Tour de France te zien. Shit, het is dus waar: ze zijn gisteren daadwerkelijk gefinished op de Champs-Elysées. Wat moet ik nu? Geen voorbeschouwingen, nabeschouwingen of tussenbeschouwingen meer. Geen Andy Schleck, geen Mark Cavendish, geen Johnny Hoogerland. En ook geen Avondetappe met Mart. Zelfs geen herhaling van een herhaling op Eurosport. O jee, hoe red ik me de hele dag zonder touretappe? 

Ik zap maar even door en kijk naar de avonturen van Scooby Doo op Cartoon Network. Ik blijf hangen bij Tellsell en laat me bijpraten over de voordelen van de Abdominal twister. Voor het eerst in mijn leven zie ik een volle minuut van As the World Turns. Wat gebeurt er toch met me? Rusteloos loop ik naar buiten. Het regent. Op weg naar de buurtsuper zie ik een meisje met een witte paraplu met rode stippen wachtend bij de bushalte. “Hey, die past goed bij de bolletjestrui”, spreek ik haar enthousiast toe. Ze kijkt me met een wazige, niet begrijpende blik aan. Ik loop maar verder. 

Ik besef me ineens dat vandaag het eerste wielercriterium na de Tour al weer plaats zal vinden. In het Brabantse Boxmeer. Hier laten de helden uit de afgelopen Tour zich vanavond fêteren (en dik betalen) voor een veredeld trainingsritje op een lokaal rondje om de kerk. Voor het in grote getalen opkomende wielerpubliek gaat dan de bierkraan open. De plaatselijke keurslager zorgt voor verse worst. De snackbar om de hoek verdubbelt vanavond zijn personeel om alle patatjes mayo, bamischijven en broodjes hamburger aan de man te kunnen brengen. De dochter van de wethouder mag in de hoedanigheid van rondemiss de winnaar drie keer op de wang kussen plus een mooi boeket van de lokale bloemist aan hem overhandigen. Een en al gezelligheid natuurlijk. Maar niet voor mij. Ik wil koers. Echte koers. Ik wil spanning. Een wedstrijd waarbij de winnaar niet van te voren wordt afgesproken en waar er tenminste nog een geringe kans bestaat om in echt prikkeldraad te vliegen. Ik mis drie weken kijken naar prachtige sport en pure heroïek, ik mis de Tour…. Nu al! 

Mijn hemel: nog 49 (!) weken te gaan tot de volgende editie. Wanneer begint in hemelsnaam de Ronde van Spanje?

Geplaatst in wielrennen | Tags: , , , , , , | 1 reactie